250 g witte bloem
250 g wit bakkers-of brood meel
1½ afgestreken
tl fijn zeezout
tl gedroogde gist
1 el koolzaad-of olijfolie, plus extra voor eroverheen
Doe de twee soorten meel samen in een kom met het zout en de gist. Vermeng goed. Voeg de olie en 325 ml warm water toe en maak er een grof deeg van. Bestrooi je handen met bloem, leg het deeg op je werkblad en kneed ritmisch 5-10 minuten tot het glad is. Dit is een vrij los en kleverig deeg en zo hoort het ook te zijn -zo krijgt je brood een betere textuur -dus probeer er niet te veel bloem aan toe te voegen. Het wordt ook minder kleverig tijdens het kneden.
Sprenkel wat olie in een schone schaal, voeg het geknede deeg toe en draai het even door de olie, zodat het ermee bedekt is. Dek af met een theedoek en laat op een warme plek rijzen tot het deeg tweemaal zo
groot is geworden -minstens een uur, waarschijnlijk bijna twee uur.
Je kunt het deeg ook laten rijzen in een met doek beklede en met bloem bestrooide deegmand zoals op de foto.
Als het deeg goed gerezen en luchtig is, haal je het uit de kom. Prik er met gestrekte vingers in, tot alle lucht uit het deeg verdwenen is en het weer net zo groot is als twee uur geleden. Nu kun je er elke vorm aan geven die je wilt.