120 g bloem (kikkererwten meel)
½ tl bakpoeder
2 tl komijn poeder
2 tl korianderpoeder
½tl kurkuma snufje cayennepeper
½ tl fijn zout
200 g verse of diepgevroren maïskorrels (hoeven niet eerst te worden ontdooid)
3 lente-uitjes, boven-en onderkant eraf, in dunne ringen
flinke hand koriander, fijngesneden
½-1 kleine groene chilipeper, van zaad ontdaan, fijngesneden (indien gewenst)
160 ml volle melk of water
zonnebloem-of koolzaadolie, voor het frituren
VOOR DE KORIANDER- OF MUNTRAITA
275 g kokos yoghurt
klein bosje koriander of munt, grof gesneden
zeezoutvlokken
versgemalen zwarte peper
Maak eerst de raita. Voeg de koriander of munt toe aan de yoghurt en breng op smaak met zout en peper.
Zeef voor het beslag alle droge ingrediënten boven een kom. Schep er de maïs, lente-uitjes, koriander en chilipeper, als je die gebruikt, door. Roer er langzaam de melk of het water doorheen tot alles goed vermengd is en je geen klontjes hebt.
Verhit ongeveer 1 cm olie in een pan met een dikke bodem op middelhoog vuur tot een blokje wittebrood in 30-40 seconden goudbruin kleurt. Je zult de koekjes in gedeelten moeten bakken. Laat lepels vol van het beslag (flinke eetlepels voor grotere, volle theelepels voor kleinere) in de olie glijden en houd ze hierbij uit elkaar. Doe er niet te veel tegelijk in de pan. Bak 3 minuten aan elke kant en draai ze een keer. Haal uit de pan en laat op keukenpapier uitlekken.
Houd de maïskoekjes warm, terwijl je de rest bakt. Dien op met de koriander-of muntraita.