Voeg een ½ tl gemalen komijn, ½ tl gemalen koriander en ¼ tl kaneel toe aan het kookwater. Kook de couscous volgens de aanwijzingen op de verpakking. Als dat klaar is, besprenkel je de korrels met olijfolie en citroensap en voeg je zout en peper toe. Ga losjes met een vork door de couscous om de korreltjes te scheiden. Laat even afkoelen en ga er nogmaals met een vork doorheen.
Verdeel met een vork de olijfolie, het citroensap en zout en peper door de couscous. Vermeng de couscous terwijl deze nog warm is met de kikkererwten (afgespoeld en uitgelekt), de abrikozen, rozijnen, amandelen of pistachenoten, de peterselie/zevenblad en verse koriander. Je kunt ook restjes in de oven gebakken, in blokjes gesneden groente toevoegen, zoals wortels of pompoen. Proef en voeg extra peper, zout of olijfolie toe als dat nodig is.